Na een lange, droge zomer viel er in één ochtend zóveel regen dat alles ineens weer stroomde. De beek, de pomp, de cisterne — allemaal wakker.
Zoals bijna iedere zomer werd het in oktober weer spannend met het water. We hebben hier een grondwaterpomp op 42 meter diepte, en een grote cisterne van 120 000 liter die we vullen met oppervlaktewater. Dat gaat prima zolang de beek stroomt. Maar vanaf juni droogt die langzaam op, tot er in augustus alleen nog kiezels en krekels overblijven.
Dan begint het grote opletten. Douchen kan nog, maar een duik in het zwembad is de betere optie. En de tuin sproeien wordt een luxe. De wasmachine moet soms even wachten. En elke dag kijk ik even naar het peil in de kleine cisterne, alsof dat iets verandert.
Tot het moment dat de herfst zich meldt. Dit jaar was dat op 29 oktober.
We keken naar de lucht en dachten: eindelijk. Binnen een uur tijd kwam er zóveel regen naar beneden dat de beek – die sinds juni droog stond – ineens weer een stromende rivier was. Niet voorzichtig, maar alsof iemand de kraan vol openzette.
Ik liep naar beneden om te kijken of de pomp het nog deed. Die stond tot zijn nek in het water, dus ja, hij deed het uitstekend. De beek denderde door, het rook naar aarde en nat gras, en overal hoorde je water. Na twee dagen wachten was het water in de beek helder en konden we pompen. Weer twee dagen later zijn de beide cisternes vol. Helemaal vol.
Daarmee is al het water voor volgend jaar eigenlijk al veiliggesteld. Na maanden zuinig doen en hopen op regen komt er dan één ochtend die alles rechtzet.
Het is een beetje alsof je de hele zomer op rantsoen hebt geleefd, en ineens komt iemand met drie kratten bier aanzetten.
De natuur hier rekent op haar eigen manier. Geen spreadsheets, geen schema’s: gewoon stilte, droogte, en dan plotseling overvloed. En wij leren elk jaar een beetje beter om mee te bewegen.

